|
Rond deze period (het einde van de
16de eeuw) vormde de Takeda-han het Tokugawa Shogunaat, deze regeerde
gedurende het Meiji-Herstel (19de eeuw). Toen de positie van de Kai
Takeda onstabiel werd, verhuisde de ganse familie naar het noorden om
dienst te doen in de Aizu Han. Daar hadden zij de positie van Shinamban
(zwaardmeesters) en droegen hun geheimen voor het eerst over op hun
oudste leerlingen. De laatste van de Aizu Shinamban, Takeda Takumi no
Kami Minamoto Soemo (1758-1853), had twee zeer voorname studenten: de
ene was Takeda Soyoshi, zijn kleinzoon, en de andere Saigo Tanamo, de
minister van de Aizu-Han en het hoofd van het Shirakawa kasteel.
In 1868, toen de keizer de macht terug
bekwam na het Meiji-herstel werd Soyoshi terechtgesteld als leider van
het verzet. Saigo werd Shinto-priester aan het heiligdom van Nikko
Toshugu en veranderde zijn naam in Hoshino Genskin. Zijn oudste student
was Takeda Sokichi, Soyoshi's oudste zoon. Toen Sokishi in 1875 stierf,
riep Saigo zijn jongere broer naar het heiligdom om samen de
Minamoto-traditie voort te zetten.
Takeda Sokaku Minamoto Masayoshi
(1858-1943) was de laatste grote zwaardvechter. Hij was een man die
leefde, ademde, at , sliep en droomde van de Martial Arts. Zijn
fanatieke toewijding is te verklaren door zijn gestalte. Hij was
namelijk nog geen 1.50 m groot en zeer mager.Als samurai geboren begon
Sokaku zijn studie aan de Daïto-ryu Aiki-jujutsu en de Ono-ka Itto-ryu
Kenjutsu op zeer jeugdige leeftijd van slechts 5 jaar. Op 20-jarige
leeftijd had hij de hoogste licenties in de 4 meest gerespecteerde
zwaard- en speerscholen van Japan. Tijdens de 20 jaren die daarop
volgden, reisde hij door heel Japan om zijn kennis te gebruiken. Zelden
werd hij verslagen doch hij voelde zich nog niet klaar voor het
tempelleven zodat Saigo zich verplicht voelde iemand anders in dienst te
nemen: Shida Shiro (1868-1920)
Shida Shiro ontmoette in 1881 in Tokio
Jigaro Kano, deze was een nieuwe organisatie, de Kodokan Judo, aan het
oprichten. Shiro sloot zich aan en werd zeer snel de oudste afgezant.
Hij werd directeur van de Kodokan in 1888, doch weldra ontstond er een
conflict tussen de Judo stijl en de Daïto-ryu. In 1891 verliet hij de
twee systemen.
Saigo hoopte
dat ondertussen Takeda Sokaku klaar zou zijn, doch het duurde nog tot
1898 vooraleer deze het leiderschap van de Daïto-ryu wou aanvaarden.
Sokaku's jaren van intensief trainen maakten van hem een levend
voorbeeld. Hij reisde gans Japan rond om te onderrichten, doch hij
bleef nooit ergens lang genoeg om een eigen dojo op te richten. Onder
Sokaku's meesterleraars bevond zich Husaku Matsuda. Hij was het die de
meer uitgebreide onderrichtingen gaf aan de meer begaafde studenten.
Eén van deze leerlingen was meer dan begaafd en zou later rechtstreeks
onderricht krijgen van Takeda zelf. Deze student noemde Okuyama
Yoshiharu (Yoshiiji), beter gekend als Ryuho Okuyama, de stichter van de
Hakkoryu jujutsu. Het was deze Matsuda die vond dat mr. Okuyama een zeer
goed student was en het was hij die Okuyama speciale uitgebreide lessen
gaf in de technieken van de ryu.
Gedurende zijn
vele reizen had Mr. Okuyama de kans om bij vele leraars in de leer te
gaan om alzo een grondige kennis op te doen. Buiten de Daïto-ryu
studeerde Mr. Okuyama ook nog vele andere Martial Arts. Zo bestudeerde
hij onder meer: Iai-jutsu in Saporo, shuriken-jutsu, jo-jutsu in Nigata,
kusarigama in Ise, Ken-jutsu, So-jutsu en Kyu-jutsu. In 1936 behaalde
Mr. Okuyama het instructeursdiploma in de Daïto-ryu en werd hij
voorgesteld aan Shihan Somi Takeda zelf die hem de "okuden" onderwees.
Snel werd Okuyama de assistent van Takeda en hielp hij hem dagelijks met
het runnen van de Aiki vereniging. Takeda, meer dan 80 jaar oud, doch
nog zeer robuust voor zijn leeftijd, rekende meer en meer op de hulp van
Mr. Okuyama. Na zijn studie te hebben voltooid bij Takeda in 1938
publiceerde Okuyama zijn eerste artikel: "Daïto-ryu Goshin-jutsu" (het
daïto-ryu selfdefence systeem). Kort daarna werd Mr. Okuyama de
assistent van generaal Iwane Matsui en de scheepsattaché Kumpei
Matsumotso in de Dai Nippon Shidokai (vereniging van de grote Japanse
samurai's), en werd zo de instructeur van wat hij noemde "Daïto-ryu
Hiden shido" (de geheime daïto-ryu weg van de samurai). Zijn eerste
dojo was in Asahikawa en hij noemde hem Nippon Shidokai Rtubukan.
In 1938 verhuisde hij naar het
district Kanda in Tokio en stichtte er de Dai-Nihon Shidokai. Hier kwam
de eerste splitsing in de Daïto-ryu gedachte: men begon zich vragen te
stellen over het leiderschap in de Daïto-ryu van de reeds zeer oude
Takeda. Uiteindelijk zou het leiderschap overgaan op zijn zoon Takimune
Takeda, doch mr Okuyama, die op die administratieve promotie had
gehoopt, werd hierdoor zeer onrustig. Na zovele jaren van studie en
reizen bezat hij echter een zo onuitputtelijke kennis van de beide
Martial Arts en de Oosterse en Westerse geneeskunde dat hij besloot zijn
kennis niet meer alleen voor eigen financiële vooruitgang te gebruiken
maar ze eveneens over te dragen als service voor iedereen die hij kon
helpen. Vanaf dat ogenblik begon Okuyama aan zijn eigen systeem.
Uiteindelijk,
op 1 juni 1941, hield Mr. Okuyama de Hakkoryu Kaiso Hokokusai (bekendmakingsceremonie)
voor de Kami (shinto priesters) in de Shiba Tenso Jinja tempel in
Tokio. Zo werd de Hakkoryu geboren.
Vanaf toen noemde men Mr. Okuyama: "Ryuho"
(= de ruggengraat van de draak). Zijn systeem werd vanaf dat ogenblik "Hakkoryu
ju-jutsu" genoemd.
|